Ooit zette Vilnius zichzelf op de kaart als G-spot van Europa. Acht jaar later wijzen bordjes in de Litouwse hoofdstad naar schuilplaatsen. De dreiging van drones is voor inwoners haast deel van het dagelijks leven geworden. Maar wat als het alarm werkelijk afgaat?

Onder de trap van het stadsmuseum van Vilinius staan grote plastic waterflessen. Verderop liggen kartonnen dozen op metalen stellingen. Aan het plafond hangt een bokszak met handschoenen erop. Er is ook een toilet. De kelder doet dienst als priedanga, Litouws voor schuilplaats. Bij een luchtalarm kunnen buurtbewoners hier tijdelijk dekking zoeken. 

In 2018 baarde Vilnius opzien met een gewaagde reclamecampagne. Op het affiche een jonge vrouw die achteroverligt. Haar ogen gesloten. Met één hand knijpt ze een laken, de landkaart van Europa, samen. Precies waar Litouwen ligt. Vilnius als G-spot van Europa. Niemand wist precies waar de stad lag, maar eenmaal gevonden was het er geweldig. De katholieke kerk kon er niet om lachen. 

Acht jaar later dringen in het straatbeeld andere boodschappen binnen. Aan het stadhuis hangt de Oekraïense vlag. Op het display van de stadsbussen verschijnt een hartje voor Oekraïne. Voor het ministerie van Defensie staat in grote letters #MES NATO, ‘wij zijn de NAVO’. En overal duiken gele bordjes met het woord priedanga op. Via de app lt72 kunnen inwoners de weg naar zo’n schuilplaats vinden. Of ze er ook binnenkomen is een andere vraag.

Twee bommen

Een kleine honderd kilometer verderop, in Kaunas, staat Justina (28) achter de bar van biercafé Hop Doc. Bij een vorige werkgever zocht ze zelf uit waar haar medewerkers bij een luchtalarm naartoe konden. De dichtstbijzijnde schuilplaatsen bleken een museum en een school. Maar wat als het alarm in het weekend afgaat? Joost mag het weten.

In Vilnius blijkt daarover nagedacht. Adjunct-directeur Kęstutis Gerliakas legt uit dat enkele buurtbewoners de code van de museumkelder hebben, zodat deze ook buiten de reguliere openingstijden toegankelijk is. Zelf was hij de eerste keer dat het alarm klonk ergens anders. Toch vonden zo’n vijftig mensen hier snel hun weg naar de schuilplaats.

De ouders van Justina hebben die mogelijkheid niet. Ze wonen anderhalf uur verderop, vrijwel midden in een bos. Voor een schuilplek moeten ze naar de stad. “Als de bom valt, dan valt ie”, zeggen haar ouders er volgens Justina schouderophalend over. Een soort gelatenheid die Gerliakas herkent. De dreiging vanuit buurlanden Rusland en Belarus houdt Litouwen al jaren in de greep. De situatie is inmiddels bijna gewoon geworden, zegt hij. “Het is als een normale situatie. Geen goede, natuurlijk.” 

Justina vertrok op haar negentiende naar Engeland. Afgelopen winter keerde ze terug naar Litouwen. Bang voor een Russische aanval is ze niet per se. Wel stelt ze zich de vraag of er voor haar land evenveel steun zou komen als voor Oekraïne. “Wie zou ons helpen?” Ze heeft er weinig vertrouwen in. “Hoe erg het ook klinkt, ik denk niet dat ze ons zullen helpen. Ons land is heel klein. Twee bommen en we zijn weg.” 

Koffie en een hond

In de Trakųstraat in Vilnius komen Arnas en Tomas (beiden 28) net terug van een uitstapje naar het meer. Ze zijn nu onderweg naar vrienden. Heel anders verliep een dag in mei, toen in de Litouwse hoofdstad het luchtalarm afging. “Ik weet nog dat ik in de auto naar werk zat en dacht: wat een verschrikkelijke timing. Ik was in die tijd net alles aan het afronden voor mijn master”, vertelt Arnas. Op werk begaven ze zich naar een ondergrondse parkeergarage. Sommigen namen koffie mee. Iemand anders zijn hond. “Er werd naar de radio geluisterd en gepraat. We grapten erover hoe alles ten einde zou komen.”

Arnas zoekt het juiste woord. Neapykanta, Litouws voor haat? Nee, dat dekt de lading niet. “Natuurlijk was er woede richting Rusland. Maar ook vooral een gevoel van urgentie. Het gevoel dat je meer moet doen om ervoor te zorgen dat dit nooit meer gebeurt”, legt hij uit. “Je begint ze eigenlijk te verachten”, vult zijn vriend Tomas aan. “De Russen, bedoel ik, omdat ze zoveel stress en angst veroorzaken in de hoofdstad van Litouwen.” Zelf beleefde hij het luchtalarm niet vanuit hier. Hij woont al negen jaar in Amsterdam en werkt als data-analist bij ASML. Toen hij zich aan het klaarmaken was kreeg hij een foto van zijn zus doorgestuurd in de familieapp. “Het voelde alsof mijn ziel m’n lichaam verliet”, herinnert Tomas zich dat moment. Zijn ouders waren op vakantie. Zijn zus wel in Vilnius. Even kon hij amper nadenken. Was ze in gevaar? “Ik dacht alleen maar: dit is het.”

Het gevaar bleek geweken, de onrust niet. Wat zijn zus is overkomen, maakt hem kwaad. Samen met collega’s had ze het kantoor verlaten om een priedanga op te zoeken. Eenmaal aangekomen bleek de deur op slot. Volgens Tomas was er niemand op voorbereid. “Wat moeten mensen doen als er gevaar dreigt? Verder rennen, op zoek naar een andere plek? Terwijl ze juist proberen zichzelf in veiligheid te brengen? God verhoede dat het ooit écht misgaat.” 

Het zette hem aan het denken. Misschien moet hij na negen jaar Nederland terugkeren naar Litouwen. Hij geniet van het Amsterdamse, maar als zijn land gevaar loopt… “Jij zou vast hetzelfde voelen met Tilburg. Thuis is thuis, toch?” 

Thuis is waar ze een biertje gaan drinken.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *