Rechts zit je beter

Rechts zit je beter

Van Belgrado naar de Adriatische Zee loopt een van Europa’s spectaculairste spoorlijnen. De dagtrein doet er bijna twaalf uur over. Langs bergdorpen, kloven en door 254 tunnels. Met onderweg een overstap én een steeds wisselend gezelschap.

Op het scherm in de trein is het al de hele ochtend 11.31 uur. Dat kan niet kloppen. Het is nog maar elf uur. Pas na een tijdje valt het kwartje: 1131 is geen tijd, maar het nummer van de trein. Officieel heet de zomerse dagtrein Tara.

De eerste verwachtingen van haar zijn dan al overboord. Zitplaatsen zijn niet meteen te vinden, een koffer staat pontificaal in het gangpad en voor de wc vormt zich een rij. Wie voor een romantisch overblijfsel uit het Joegoslavië van Tito kwam, moet nog even geduld hebben. Blauwe stoelen, digitale schermen, airconditioning. Meer NS-sprinter dan Tito-overblijfsel.

Xesca, een 38-jarige docente Engels uit Mallorca, ontbijt met yoghurt en fruit. Naast haar staan twee literflessen water. Niet voor niks meegenomen: aan boord is amper iets te koop.

Xesca had ook het vliegtuig kunnen pakken, zoals haar reismaatje deed. Ze besloot anders. “You never know what you get.” Treinen verrassen. Ze vliegen niet op kerosine. En haast heeft ze niet: voor de Balkan heeft ze vier weken uitgetrokken. Vier weken. Haar zomervakantie loopt van 1 juli tot 1 september. Het Spaanse onderwijs heeft zo zijn voordelen. Even later gaat de yoghurt opzij en verschijnt Divorce van Freida McFadden.

De spoorlijn zelf draagt de Joegoslavische geschiedenis wel. President Tito opende de verbinding in 1976. Over de 476 kilometer tussen Belgrado en Bar telt het traject 254 tunnels en 435 bruggen.

De trein houdt in Servië lang zo’n honderd kilometer per uur aan en stopt op werkelijk alle stations. Zodra hij stilstaat snellen reizigers naar de deur. Even een sigaret roken.

Na Zlatibor verandert het decor. Huisjes met rode dakpannen tussen akkers en boomgaarden verdwijnen. Het spoor slingert. Soms zit tussen de trein en dat daarbuiten amper een metalen reling. Beneden glanst blauwgroen water.

Tunnel. Licht. Een brug. Telefoon omhoog. Tunnel. Nét te laat.

Als het weer gebeurt, draait Xesca zich lachend om. In de weerspiegeling van het raam heeft ze gezien dat mij precies hetzelfde overkomt. “Vanaf half vier wordt het pas echt mooi”, zegt ze.

Ze krijgt gelijk. Zelf zit ze even later te bellen.

Niemand wilde mee

Links zit Siewert, een Nederlandse jongen die net geslaagd is voor het vwo. Aan zijn bagage hangt een dopper van de bibliotheek van Enschede. Tweeënhalve week trekt hij in zijn eentje rond. Waarom? “Niemand wilde mee.” Dus ging hij.
Het oog viel op Montenegro. Eigenlijk wilde hij met de nachttrein, maar die was vol. Schrale troost: nu krijgt hij er gratis landschappen bij.
Al zit hij wel aan de verkeerde kant. Hij kijkt naar buiten en geeft het toe: rechts is het mooier.

In Podgorica zal hij uitstappen. Daarna wachten een camping, het Skadarmeer en een wandeling in de bergen. Op zijn telefoon staat een gewonnen Interrailpas van DiscoverEU, dat achttienjarigen als hij de kans geeft per trein door Europa te reizen.
Volgend jaar studeren.

Na de zes kilometer lange Zlatibortunnel snijdt de spoorlijn ongeveer negen kilometer door Bosnië en Herzegovina. Geen grenscontrole, geen overstap: even later zijn we alweer terug in Servië. Het spoor volgt nu het dal van de rivier de Lim, richting Bijelo Polje.

De snelheid loopt terug. Vijftig kilometer per uur. Later nog minder. Op een gegeven moment verdwijnt zelfs de snelheidsaanduiding van het scherm.

In Bijelo Polje moet we overstappen. Eerst de paspoortcontrole. In het gangpad staan een Servische en Montenegrijnse grenscontroleur zij aan zij.
Sinds 2024 bestaat de dagverbinding, die net iets meer dan twee tientjes kost, uit twee treinen: het moderne Servische materieel rijdt tot hier, een Montenegrijnse trein neemt het tweede deel naar Bar voor zijn rekening.

Daar staat eindelijk de trein die Xesca zich in de ochtend al had voorgesteld. Graffiti op de buitenkant; binnen brede banken met vlekken in de grijze bekleding. Boven de hoofdsteunen hangen metalen bagagerekken, langs de ramen grijze gordijntjes.

‘Telefoon terug!’

In de coupé zitten Finn (19) en Noah (20), twee Duitse studenten met Interrail. De nacht ervoor stonden ze nog in een club in Belgrado. Een groepsfoto volgt, Xesca erbij. De AirDrop is nog bezig wanneer een van de Duitsers naar buiten kijkt. “Telefoon terug!” Er is alweer iets te zien.

Via Mojkovac en Kolašin  klimt het spoor tot ruim duizend meter hoogte. Pas daarna begint de spectaculair steile afdaling naar Podgorica. De trein klemt zich tegen bergwanden, duikt tunnels in en verschijnt weer hoog boven een dal. Diep beneden slingert een lichte, stenige rivierbedding tussen de bomen. Aan de overkant overspant een wegviaduct het dal. Onder de hoge, smalle pijlers staan een paar huize met rode daken. Iedereen kijkt naar rechts, daar zit je beter.

In Podgorica loopt de trein leeg. Siewert stapt uit voor zijn camping. Xesca ook; zij reist verder naar Kotor. Waar urenlang rugzakken lagen en mensen voor het raam zaten, zijn nu hele banken vrij. Onder het raam hangen twee opgeklapte tafeltjes. Op één ervan zwarte krabbels. Op de vloer staat een leeg blikje Albanese pils.

“Hé Nederlander!”, klinkt het als ik van de wc terugkom. “Zie je meteen, hè?”
Kadir (25) draagt een Servisch voetbalshirt, maar komt uit Twente. Met vriend reist hij negen dagen door Montenegro. Voor amper 450 euro, zo rekent hij voor. Maar hij is vooral blij dat hij in deze trein weer kan roken.

Buiten is de zon inmiddels verdwenen. Rond half negen steekt de trein het Skadarmeer over. Het water is blauwgrijs; de bergen aan de overkant tekenen zich nog af tegen de lichtere lucht. De verlichte coupé weerspiegelt in het raam, over het water en de bergflanken heen. Buiten verschijnen Servië en Montenegro wederom zij aan zij: hun vlaggetjes wapperen gebroederlijk aan lantaarnpalen.

De trein stopt tussendoor op plekken waar nauwelijks een station te bekennen is. Om 20.55 uur klinkt een toeter. Uit de andere richting verschijnt licht. De nachttrein naar Servië, de Lovćen, passeert ons en verdwijnt weer in het donker.
Na het meer wacht de ruim zes kilometer lange Sozinatunnel. Aan de andere kant ligt Sutomore. Kadir stapt uit.

Wij rijden verder naar Bar.
Voor wie haast heeft, bestaat het vliegtuig.
Hier duurt het langer.
Gelukkig.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *