Ruim anderhalf jaar na de dodelijke instorting is het hoofdstation van de tweede stad van Servië nog altijd gesloten. Op uitwijkstation Petrovaradin en de plek van de ramp vertellen een arts, agent en studenten over rouw, corruptie en een land dat het vertrouwen kwijt is.

“Grolsch is vier euro in de bonus”, zegt een van de Ajax-supporters in de hogesnelheidstrein uit Belgrado. Ze zijn onderweg naar de wedstrijd tegen Vojvodina, maar hebben niet door dat ze in Petrovaradin moeten uitstappen. Treinen stoppen nu aan de andere kant van de Donau.
“Moeten jullie er hier niet uit?” De twee mannen kijken eerst naar hun telefoon en daarna door het raam. Ze schieten overeind, grijpen hun spullen en de discussie over bier verplaatst zich naar buiten. Of er die avond in het stadion bier wordt geschonken is voorlopig hun grootste zorg.
“Ik krijg gewoon weer kippenvel”
Op het perron staat een 31-jarige arts met een bos bloemen. Ze is op weg naar Belgrado, waar haar broer net vader is geworden. Wanneer het gesprek op de stationsramp komt, wijst ze naar haar arm. “Als ik er zo over vertel, krijg ik gewoon weer kippenvel.”
De tragedie heeft volgens haar het hele land geraakt. In de dagen na de instorting kwamen mensen naar de kerk om samen te bidden. Nu zoeken ze elkaar op bij herdenkingen en protesten. De arts spreekt niet over een noodlottig ongeluk, maar van een corrupt systeem. Bestuurders denken vooral aan zichzelf en verantwoordelijken blijven buiten schot. Ook in het ziekenhuis ligt het onderwerp gevoelig, geeft ze aan. De verdeeldheid in het land loopt door tot op de werkvloer.


Het station was kort voor de ramp na een ingrijpende renovatie heropend. Sinds de instorting draait de discussie daarom niet alleen om de constructie, maar ook om aanbestedingen, toezicht en politieke verantwoordelijkheid. Studenten eisen dat alle documenten openbaar worden en dat de verantwoordelijken worden vervolgd.
Een tunnel onder de sporen leidt naar de andere kant van station Petrovaradin. Twee kinderen verkopen er zelfgemaakte limonade voor 50 dinar. Bij een gesprek met een oudere man helpen ze met vertalen. Ze kennen hem en het gesprek begint ontspannen. Wanneer hij hoort dat de vragen over de stationsramp en de protesten gaan stuurt hij de kinderen weg en verdwijnt.
Recht op protest
“Wat cool dat je dit doet!”, Mia (22) komt met koptelefoon het perron op, maar zet die snel af. Een dag voor de ramp was ze nog op het hoofdstation van Novi Sad. Die bewuste 1 november sloeg ze haar college pedagogiek over.
Ze vertelt over een jong stel uit haar regio dat omkwam. Pas na hun dood bleek dat de vrouw in verwachting was. “Mensen van onze leeftijd”, zegt ze.
Bij het station legden mensen bloemen, kaarsen en knuffels neer. Volgens Mia wordt er soms wat weggehaald. Ze heeft weinig vertrouwen dat de machthebbers werkelijk naar de protesterende studenten luisteren. “Our voices are not heard.”


Dat recht op protest onderschrijft ook Dejan, de dertigjarige politieagent die voor het uitwijkstation de supporters van Ajax opwacht. Hij werkt zes jaar bij de politie en was daarvoor militair. In korte, zorgvuldig gekozen Engelse zinnen spreekt hij over het volgen van de wet en het bewaken van de orde. Demonstreren mag, zegt hij, zolang het vreedzaam blijft. “When opinion starts to make violence, we do our jobs.” Dejan wijst naar de pendelbus richting Novi Sad.
De Donau over
Het hoofdstation is nog altijd gesloten. Bouwvakkers lopen onder de klok met de naam Novi Sad het gebouw in en uit. Voor de afzetting staan rode harten met de namen van de slachtoffers, omringd door bloemen, kaarsen en knuffels. Mensen lopen met koffers naar hun bus. Een man eet een panini. Alleen een in het zwart geklede vrouw blijft staan en kijkt bedrukt naar het gebouw.


Op de bushalte hangt een gedicht. Iedereen ging ergens heen, luidt de titel. Het gaat over mensen die op 1 november van huis vertrokken en nooit terugkeerden. Op een paal prijkt een rode handafdruk, het symbool waarmee demonstranten de machthebbers verantwoordelijk houden voor de doden. Op palen en verkeersborden staat FCK SNS. En als tegenhanger: FCK BLK. Blokaders, zo worden ze smalend genoemd, legt rechtenstudent Đorđe (26) uit. Hij liep eerder mee met studentenprotesten, tot vrienden werden opgepakt. Volgens hem probeert het netwerk rond regeringspartij SNS de protestbeweging van binnenuit te verzwakken. Actieve studenten zijn voortdurend op hun hoede. Hij waarschuwt ook voorzichtig te zijn met het stellen van politieke vragen, vooral aan de oudere generatie Serviërs. “Ze hebben je continu op de radar.”
Terwijl hij verder praat over ‘SNS-rooms’, kijkt hij plotseling over zijn schouder. Zijn vervoer rijdt net weg. “Now it’s gone, bro”, zegt hij lachend. Daarna weer ernstig: “Be safe.”




Geef een reactie