Nog voor de trein Chisinau verlaat, ruikt het hier naar kolen, sigaretten en urine. Vergeelde Moldavische vlaggetjes hangen scheef voor de ramen van Europa’s laatste Sovjet-slaaptrein.

“Purpoos visit?” Een mevrouw met strenge blik opent de coupédeur. Voor er goed en wel antwoord gegeven kan worden is ze weer weg. 

“Alcohol, sigaretten, drugs?”, vraagt de jonge gesoigneerde douanebeambte alvorens hij blauwe plastic handschoentjes aantrekt en een blik werpt op onze bagage. “Ov-card?”, “crème?”, “smoke?”
Hij vindt een ticket van het Bender-kasteel. “Only Chisinau? Also been Transnistria?” Een ondeugende blik en lach volgt. En meer gevonden souvenirs: een magneet en medaille. “Maraton? You did maraton?” – dat het geen hele was blijft achterwege – “Good!”. Het idee om Moldavische wijnen mee te nemen ook, zo laat hij doorschemeren. Snel naar de restauratiewagon dus.

“Goedgekeurd?”, de blik van de Poolse Jerdzey (23) is vol verwachting als hij de fles Kvint doorgeeft. Met een Erasmusbeurs studeert hij sociologie in Boekarest, “iets makkelijks”, nadat hij wel klaar was met engineering. Net als met zijn voormalige vriendin uit Enschede trouwens. De restauratiewagon blijkt levendiger dan hij eruitziet. Onder wit tl-licht schitteren halfvolle flessen cola, wijn en cognac op een tafelkleed met dezelfde koperkleur als de zware gordijnen verderop in de wagon. Lorenzo (22) uit Rome staat net op het punt om wat te bestellen. Een van zijn vrienden hoort Tilburg en haakt meteen aan. “Willem II!” Hij pakt zijn voetbalapp erbij; het uitspreken van ‘Keuken Kampioen Divisie’ blijkt ietwat lastig. Deze Italiaan houdt werkelijk alle uitslagen in Europa bij.
Verbazing alom als blijkt dat de groep vrienden ook afgelopen nacht in deze trein zat, de andere kant op. Met slechts een paar uur slaap – de grensovergang en alle controles zijn dan midden in de nacht – gingen ze meteen door naar Transnistrië. Chisinau leek ze niet zo bijzonder, verklaart Lorenzo. Dus gewoon een dagje op en neer. “Gisteren voelde het anders in de trein”, duidt hij het publiek: meer locals.

Aan een tafeltje in roomkleurig jack en beige broek zit Otinel Roșu (44), voor zich een ijsthee van een Oekraïens merk. Hij groeide op in Alexandria, een Roemeens stadje ten zuiden van Boekarest, maar kijkt eerder nostalgisch naar het oosten. “Telkens als ik in Moldavië Cyrillische letters zie, denk ik terug aan school”, vertelt hij, “toen we nog Russisch kregen.” En, tegen anderen: “Ooit, ooit reed deze trein helemaal door tot Moskou!” 

Vervlogen tijden

Otinel vreest dat Moldavië zijn eigenheid verliest nu het richting de Europese Unie beweegt. “Waar is het Duitse eten gebleven? Waar het Engelse?”, foetert hij. In het treinrestaurant in elk geval niet: twee dunne worstjes, wit casinobrood, spiegeleigeren waar het vet nog vanaf glimt en een frisse salade van tomaat, komkommer en rode ui vormen het menu. Het soort maaltijd waar lauw bier automatisch beter bij smaakt.

Het oog valt op de muur. Daar hangt een herinnering aan de songfestivalinzending van Moldavië in 2022, de clip is hier opgenomen. Het nummer Treneleţul (treintje) van de folk-punkband Zdob și Zdub gaat dan ook over deze verbinding tussen Chisinau en Boekarest en de Prietenia (vriendschapsband) daarbij. 
Voor Otinel aanleiding los te barsten over zijn favoriete Eurovisienummers. Hij blijkt een kenner en noemt de Roemeense inzending uit 2005, snel zingend gevolgd door die van 2022. “Hola mi bebébé, Ilámame Ilámame”, bij het refrein bewegen zijn handen enthousiast mee. Om zijn pols wordt opeens een regenboogbandje zichtbaar. In de oude kleuren, benadrukt Otinel. “Die nieuwe vlag vind ik niks. En dan noemen ze me bulangiule”, verzucht hij.

Waar Otinel zich ergert aan de Europese hook-upculture en mannen die ‘geen familie meer willen’, leert Jerdzy ons liever nieuwe scheldwoorden. Zijn Nederlandse ex sprak al snel een woordje Pools: kurva. “Het eerste wat ze van me leerde”, zegt hij met brede grijns, terwijl de Transnistrische cognac voor een laatste keer naar de lippen gaat. “Morgen colleges.”

De 24-jarige Ilinca Rîşneanu uit Chisinau heeft die net achter de rug heeft. In Utrecht rondde ze onlangs haar master Business & Social Impact af. Ervóór twee bachelors in Amsterdam, waar ze woont. Ze hoopt nu in Nederland werk te vinden, een stuk eenvoudiger met een Roemeens paspoort, net als de helft van de Moldaviërs heeft ze die. Ilinca was terug in haar geboortestad voor vriendenbezoek. Ze vliegt ook weleens terug via het net over de grens gelegen Iasi, maar als het even kan pakt ze deze trein. “Zoveel kansen zijn er niet, het spoor is een ondergeschoven kindje.” Buiten krijgt dat een gezicht: omdat Roemenië is aangesloten op Europees spoor en Moldavië nog op breder Sovjetspoor rijdt, worden de wielen verwisseld. Een schouwspel dat bekijks trekt. Met buiten alarm, horen de meesten.

Tegenover Ilanca begint een man net te snurken. “Als vrouw denk je hier wel over na”, lacht ze. “Je wil niet opgesloten zitten met een creepy oude man die avances maakt.” Geen zorgen daarover nu: deze coupegenoot lijkt daar amper toe in staat.

Er ontvouwt zich een gesprek over families met moestuinen, zelfgemaakte cottage cheese en een groot gemeenschapsgevoel. Dat is namelijk wat Moldavië kenmerkt, zegt ze trots. Het land mag dan te boek staan als het armste van Europa en de welvaartsverdeling – “Was je niet ook verbaasd dat je Porsches zag rijden?” – is scheef: Moldaviërs helpen elkaar altijd.
Verandert dit als Moldavië bij de EU komt? Ilanca lacht. “Het is als iDeal dat nu Wero wordt, mensen wennen snel.” 

Verderop lijkt de brede barman haast vergroeid met de smalle bar, alsof hij al decennia dezelfde nachtelijke rit uitzit. Hij kijkt even op als we voor een laatste drankje willen gaan, dan klinkt een droge opdracht: “Passport control.” 

De Roemeense man van de Politia de Frontiera schuift onze paspoorten door een kaartlezer die zowat groter is dan zijn hoofd. “How many days in Moldova? What did you do, drinking?”, zijn blik valt op de tafel. Bijna verbaasd: “Better than Romania?”
De costomer controle heeft ditmaal weinig om het lijf. “Eindstation Boekarest, en dan?”, vraagt de bebrilde vrouw voor wie haar jas en broek overduidelijk een maatje of twee te groot zijn. “Hmm”, het antwoord Transsylvanië doet haar mondhoeken krullen. “Very nice.” 

Aan het terugkerende knisperende geluid van een regenjas en schurende wijde broekspijpen valt af te leiden dat ze iedereen gehad heeft.

De trein kan zich piepend en krakend voortbewegen. Richting Boekarest. Richting Europa. En de Moldavische vlaggetjes? Die blijven hangen. 


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *